11

Laatste wijziging: 15-11-2018 21:57
11

Schandelijk laag nieuw minimumloon aangekondigd in Bangladesh

gepubliceerd 13-11-2018 13:55, Laatste wijziging: 13-11-2018 13:55
De loonstrijd in Bangladesh gaat onverminderd door. Vakbonden organiseren acties om te protesteren tegen het nieuw aangekondigde minimumloon van 8,000 taka (80 EUR). Van dit bedrag kunnen arbeidsters niet rondkomen; vakbonden eisen het dubbele.

Arbeiders eisen 16,000 taka
“De 8000 taka komen lang niet in de buurt van de looneis die vakbonden hebben neergelegd bij de Minimum Wage Board”, zegt Shapon Salauddin, secretaris-generaal van de vakbondskoepel IndustriALL Bangladesh Council (IBC). De Minimum Wage Board is een aantal keer bij elkaar geweest om een nieuw wettelijk minimum loon te bepalen voor arbeidsters in de Bengaalse kledingindustrie, maar heeft de looneis van de vakbonden (16,000 taka) volledig genegeerd in dit proces. Van een sociale dialoog is hier geen sprake.

Arbeiders en vakbonden hebben publiekelijk geprotesteerd tegen de uitkomst van het loononderhandelingsproces. De 8,000 taka is niet genoeg om in de basisbehoeften te kunnen voorzien. Gezien de inflatie van de laatste jaren, betekent het nieuwe bedrag bovendien nauwelijks een verhoging ten opzichte van het huidige loon (5,300 taka).

En er zijn nog meer nadelige gevolgen voor de 4,5 miljoen kledingarbeidsters in Bangladesh. Het minimumloon bestaat uit een basisloon en verschillende toelages. Het nieuwe minimumloon verlaagt het basisloon ten opzichte van de toelages en dit heeft nadelige gevolgen in de doorberekening van overwerk en ontslagvergoeding bijvoorbeeld.

Internationale steun aan de oproep van vakbonden
Schone Kleren Campagne en partners over de wereld steunen de arbeiders en vakbonden in hun strijd om het nieuwe minimum loon te herzien en recht te doen aan de looneis van 16,000 taka (#WeDemandTk16000). Dit is het minimum dat arbeidsters nodig hebben om in hun basisbehoeftes te kunnen voorzien.

De afgelopen maanden hebben we kledingmerken opgeroepen om steun te betuigen aan de oproep van kledingarbeidsters. Inditex heeft publiekelijk haar verwachting uitgesproken dat een eerlijke loonsverhoging tegemoetkomt aan het recht van arbeiders op een leefbaar loon. Dit is helaas niet gebeurd.

Publieke steun betuigen
11 Nederlandse merken, waaronder CoolCat, WE, G-star en Zeeman, schreven in reactie op een oproep van Schone Kleren Campagne, SOMO, LIW, FNV en CNV, een gezamenlijke brief aan de Bengaalse overheid. We roepen hen nu op dat zij het voorbeeld van Inditex volgen met een publieke steunbetuiging voor de 16,000 taka en het belang onderstrepen dat arbeidsters en vakbonden gehoord worden in dit proces. Bedrijven hebben hun mond vol van het recht op een leefbaar loon; we verwachten van bedrijven dat zij leiderschap tonen en actief opkomen voor de rechten van arbeidsters. Op deze manier geven bedrijven een krachtig signaal af naar de Bengaalse overheid en werkgevers.

Minister, Kamerleden en Europarlementariërs spreken steun uit voor behoud Bangladesh Akkoord

gepubliceerd 15-11-2018 21:55, Laatste wijziging: 22-11-2018 15:06
Nog twee weken te gaan totdat het Bangladesh Akkoord mogelijk niet meer vanuit Bangladesh mag opereren. Het Hooggerechtshof in Bangladesh heeft namelijk een verbod (restraining order) uitgeroepen tegen het Akkoord dat mogelijk van kracht wordt op 30 november. De overheid van Bangladesh kan voorkomen dat het Akkoord het land wordt uitgezet door bij het Hooggerechtshof steun te betuigen aan het beroep dat het Akkoord heeft aangetekend.

Kamerleden bevragen minister Kaag over haar bezoek aan Bangladesh
Gisteren werd Sigrid Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, tijdens het Algemeen Overleg IMVO in de Tweede Kamer door verschillende Kamerleden bevraagd over haar bezoek aan Bangladesh eerder deze maand. In haar antwoord op vragen van Kirsten van de Hul (PvdA) gaf de minister aan dat de overheid van Bangladesh absoluut nog niet in staat is het gat wat gecreëerd zal worden na mogelijk vertrek van het Akkoord onmiddellijk op te kunnen vullen. Tijdens haar bezoek heeft de minister haar zorgen over een mogelijke vroegtijdige uitzetting van het Akkoord gedeeld met de Bengaalse premier en industrievertegenwoordigers en benadrukt dat er een politieke oplossing moet komen. De Nederlandse overheid verwacht een consistente, betrouwbare en onafhankelijke rol van Bengaalse inspecteurs, lichtte de minister toe; zij moeten nog een enorme doorgroei maken om aan deze vereiste te voldoen.  

Europees Parlement neemt resolutie voor behoud van het Akkoord aan
Vandaag nam het Europees Parlement met grote meerderheid van stemmen een resolutie aan die de overheid van Bangladesh dringend verzoekt om de Akkoord inspecties voort te zetten. Ook wordt het land opgeroepen werk te maken van vakbondsvrijheid. Al eerder riepen 50 Europarlementariërs de Europese Commissie op tot actie in een brief aan Malmström. Bangladesh is een belangrijke handelspartner van de EU. Het land krijgt nu veel handelsvoordelen. “De Europese Unie heeft genoeg middelen om Bangladesh onder druk te zetten. Bangladesh speelt met de handelsvoordelen als het zich niet aan de afspraken met de Europese Unie houdt zoals het garanderen van de veiligheid en rechten van werknemers”, zegt PvdA Europarlementariër Agnes Jongerius onder wiens leiding de resolutie werd ingediend. De resolutie roept de Europese Commissie op de handelsvoordelen te herzien wanneer Bangladesh afspraken met het Akkoord en de Sustainability Compact niet nakomt.

Bangladesh Sustainability Compact
Na de instorting van het Rana Plaza gebouw in april 2013 tekende de Bengaalse overheid met de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), de EU, VS en Canada het Sustainability Compact en maakte afspraken over het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie, een herziening van de arbeidswet en het respecteren van vakbondsvrijheid. Tijdens een bijeenkomst in juni bevestigden de partijen dat een vroegtijdig vertrek niet in overeenstemming is met de afspraak dat het Akkoord het werk in Bangladesh moet afmaken totdat de Bengaalse overheid gereed is om het over te nemen.

Kledingmerken moeten hun economische invloed inzetten
Terwijl de Bengaalse overheid nog steeds het Akkoord vroegtijdig lijkt te willen uitwijzen, roept Schone Kleren Campagne, Akkoord bedrijven op hun economische invloed te gebruiken om de druk op de Bengaalse overheid te vergroten. Samen met FNV, CNV, Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen en de Landelijke India Werkgroep, schreef Schone Kleren Campagne een brief naar alle Nederlandse Akkoord ondertekenaars en deed daarin een dringende oproep aan de bedrijven om actief steun te geven aan het 2018 Transitie Akkoord. Samen kunnen de Akkoord bedrijven (in totaal 193) hun economische invloed aanwenden door toekomstige orders conditioneel te maken aan een voortgang van het Akkoord tot mei 2021, zoals eerder was afgesproken.

Directe gevolgen bij een vroegtijdig uitzetten
Een vroegtijdig vertrek van het Akkoord uit Bangladesh betekent dat er minder capaciteit is om fabrieken te monitoren en te verifiëren of alle benodigde veiligheidsmaatregelen getroffen zijn. Dit zal resulteren dat er versneld fabrieken die niet aan de veiligheidsvereisten voldoen op een 'zwarte lijst' komen te staan. Eenmaal op deze lijst mag geen enkel Akkoord bedrijf meer zaken doen met de betreffende fabriek. Wanneer het Akkoord gedwongen wordt het land te verlaten riskeren zo'n 500 fabrieken dat de zakelijke relatie met hen zal worden verbroken.

Met nog twee weken te gaan is het van belang dat iedereen er alles aan doet om te zorgen dat het Akkoord in Bangladesh kan blijven en het werk kan worden afgemaakt. Zo niet dan heeft dat grote gevolgen voor de veiligheid van miljoenen kledingarbeidsters en is er grote kans dat alle reeds behaalde successen en resultaten verloren gaan.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het Bangladesh Akkoord is een baanbrekend initiatief waarbinnen afdwingbare en tijdsgebonden afspraken over het verbeteren van de veiligheid zijn gemaakt. De voortgang is per fabriek online op de website van het Akkoord te zien. Een aantal belangrijke gegevens op een rij:

  • 90% van de initiële geïdentificeerde problemen is opgelost (overall)
  • 174 fabrieken hebben alle verbeteringen doorgevoerd
  • 934 hebben >90% van de benodigde verbeteringen doorgevoerd
  • >1000 veiligheidscomite's hebben een training gekregen
  • >1,5 miljoen kledingarbeiders zijn geïnformeerd over veiligheid op de werkplek
  • 330 klachten van arbeiders zijn opgelost

 

Het 2018 Transitie Akkoord in de media

 

Meer informatie

 

Hoger minimumloon: slecht nieuws voor arbeiders?

gepubliceerd 22-11-2018 11:06, Laatste wijziging: 22-11-2018 11:06
Dit jaar is het minimumloon in Myanmar verhoogd. Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen en Action Labor Right schreven een artikel waarin de actuele en gevreesde ontwikkelingen rond de implementatie van het nieuwe minimumloon worden beschreven. Arbeiders in de kledingindustrie dreigen hier niet per se beter van te worden.

SOMO roept kledingfabrieken in Myanmar op, en ook de internationale merken die inkopen in Myanmar, om zo snel mogelijk in actie te komen om deze bijwerkingen te helpen voorkomen en/of aan te pakken.

In mei dit jaar ging het wettelijk minimumloon in Myanmar omhoog van 3,600 kyat per dag (2,30 USD) naar 4,800 kyat (3,00 USD). Dat lijkt een hele vooruitgang maar in praktijk pakt het helemaal niet gunstig uit voor arbeiders.

Vanwege hogere productiedoelstellingen zullen arbeiders harder of zelfs langer (onbetaald) moeten werken. Rekening houdend met inflatiecijfers, stijgende kosten van levensonderhoud en verlaging van bonussen, verdienen werknemers mogelijk geen cent meer dan vóór de invoer van het minimumloon in 2018.

Lees hier het volledige Engelstalige artikel Higher minimum wage in Myanmar: bad news for workers?

Minister Kaag wil met H&M in gesprek over leefbaar loon

gepubliceerd 23-11-2018 06:00, Laatste wijziging: 22-11-2018 16:03
H&M kondigde precies 5 jaar geleden aan dat in 2018, 850.000 arbeidsters een ‘eerlijk leefbaar loon’ zouden ontvangen. Deze week wordt er wereldwijd actie gevoerd door Schone Kleren Campagne om H&M aan haar belofte te herinneren. H&M zegt hard te werken aan een leefbaar loon, maar dit is nog steeds niet zichtbaar op de loonstrookjes van arbeidsters. Daarbij is de belofte die in 2013 gedaan werd, verdwenen uit elke vorm van H&M’s communicatie. De oorspronkelijke documenten zijn van de website gehaald en ondanks de winst van €2.2 miljard, betaald H&M nog steeds geen leefbaar loon aan haar kledingarbeidsters.

Onderzoek naar leefbaar loon
In september publiceerde Schone Kleren Campagne een onderzoek waaruit bleek dat veel arbeidsters die kleding maken voor H&M onder de armoedegrens leven. In het onderzoek onthulden arbeidsters ook dat H&M in sommige gevallen niet eens het minimumloon uitbetaald krijgen, zoals bijvoorbeeld in Bulgarije. Bettina Musiolek van Schone Kleren Campagne die het onderzoek coördineerde zegt: “H&M heeft veel lof gekregen voor haar oorspronkelijke inzet, maar heeft gefaald in het werkelijk uitbetalen van een leefbaar loon dat zich materialiseert in portefeuilles van werknemers".

Wereldwijde campagne
Van 23 tot 30 november wordt er, naast een onlinecampagne, actie gevoerd in de VS, Azië en Europa om H&M er nogmaals aan te herinneren dat zij deze belofte dient na te komen. In Nederland zal Schone Kleren Campagne op zaterdag 24 november in Utrecht campagne voeren. Met de acties die deze week plaatsvinden wordt H&M opgeroepen zich niet langer meer te verbergen achter haar belofte. “850.000 arbeidsters hebben door H&M’s belofte tevergeefs gehoopt op een leefbaar loon en op een beter leven. Nu wordt duidelijk dat zij daar voorlopig niet op kunnen rekenen,” zegt woordvoerster Go de Roij van Zuijdewijn. De petitie “Turn around H&M” die na publicatie van het onderzoek gelanceerd werd is inmiddels door ruim 138.000 mensen ondertekend. Consumenten geven aan dat ze het schokkend vinden dat H&M haar belofte niet nakomt en dat leefbare lonen nog steeds geen werkelijkheid worden.

Minister Kaag in gesprek met H&M!
Nu ook de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag in haar beantwoording op Kamervragen over het onderzoek van Schone Kleren Campagne aangeeft met H&M in gesprek te willen gaan, zou dit voor H&M nog meer reden moeten zijn voor onmiddellijke actie. Op zijn minst moet het minimumloon gerespecteerd worden. Tevens zou H&M zich moeten inspannen om concrete stappen naar een leefbaar loon ook in Bulgarije te zetten.

Actie in Utrecht
Zaterdag 24 november voert Schone Kleren Campagne in Utrecht campagne om zoveel mogelijk consumenten te vragen H&M op te roepen om een leefbaar loon uit te betalen.
Locatie: Stadhuisbrug Utrecht
Tijd: 13.00 - 16.00 uur

Wat kun jij doen? 
Steun jij de kledingarbeidsters om ervoor te zorgen dat H&M ze allemaal een leefbaar loon gaat betalen? Teken dan hier de petitie  

Of doe mee op sociale media:
Gebruik de hashtags #TurnAroundHM en #LivingWageNow en schrijf H&M aan. Voorbeelden:

  • Ik wil dat kledingarbeidsters @HM een leefbaarloon ontvangen – zoals #HM heeft beloofd te doen in 2018! #TurnAroundHM #LivingWageNow
  • Belofte maakt schuld. @HM weet je nog dat je hebt beloofd om in 2018 een #eerlijkloon te betalen aan je kledingarbeidsters? #TurnAroundHM #LivingWageNow

Wederom groot risico op nieuwe dodelijke branden in Bangladesh, zes jaar na de dodelijke brand in de Tazreen kledingfabriek.

gepubliceerd 26-11-2018 12:27, Laatste wijziging: 26-11-2018 12:27
24 November was het precies zes jaar geleden dat de Tazreen fabriek afbrandde. 112 kledingarbeidsters kwamen hierbij om. Zij maakten kleding voor onder andere Walmart, C&A, El Corte Ingles en KiK. Met deze rampzalige dag in onze herinnering, dreigt Bangladesh weer terug te keren naar een situatie waarin kledingfabrieken onveilig zijn. Het verbod (restraining order) dat het Hooggerechtshof tegen het Bangladesh Akkoord heeft uitgeroepen wordt mogelijk van kracht op 30 november. In geval dat het lokale kantoor van het Akkoord het land moet verlaten heeft dit directe gevolgen voor de veiligheid van miljoenen arbeiders in de kledingindustrie.
Wederom groot risico op nieuwe dodelijke branden in Bangladesh, zes jaar na de dodelijke brand in de Tazreen kledingfabriek.

Fotografie Kristof Vadino

Het hoge dodental van de Tazreen brand op 24 november 2012 is volledig toe te schrijven aan het onderhoud en aan het management van de fabriek. De arbeiders werd aanvankelijk verteld het brandalarm te negeren. Toen ze uiteindelijk op de vlucht gingen kwamen ze erachter dat de poorten op slot zaten, er geen nooduitgangen waren en de ramen op de laagste verdiepingen betralied waren. Arbeiders sprongen uit de ramen van de hoogste verdiepingen en raakten voor hun leven getekend. Anderen konden niet ontkomen en kwamen om het leven.

De 18-jarige Raju verloor zijn moeder (beide werkzaam in de Tazreen fabriek) en beschreef de paniek tijdens de ramp: “Er was veel rook. Geen van de trappen kon worden gebruikt. Ik kon ontsnappen door een gat van de ventilatieschacht. Via een bamboestructuur aan de buitenkant van het gebouw kon ik bij het naastgelegen huis komen. Het was overal donker. Ik heb mijn moeder niet meer gezien, ik weet niet wat er met haar gebeurd is.”

In de afgelopen vijf jaar heeft het Bangladesh Veiligheidsakkoord voor duizenden verbeteringen in de levensgevaarlijke Bengaalse kledingfabrieken gezorgd. Toen het Akkoord in 2013 van start ging, ontbrak in 97% van de 1600 fabrieken die onder het Akkoord inspectieprogramma vielen een veilige nooduitgang en had 91% geen adequaat (brand)alarmsysteem. Vijf jaar later, is – dankzij het Akkoord – 97% van de onveilige schuifhekken weggehaald en is 74% van alle geïdentificeerde brandveiligheidsproblemen opgelost; 12% wacht op goedkeuring of de doorgevoerde verbeteringen voldoende zijn bevonden. Desalniettemin zijn er nog grote zorgen: nog steeds heeft 56% van de fabrieken onvoldoende brandveiligheidsmaatregelen getroffen.

“Wanneer door de restraining order het Akkoord kantoor in Bangladesh gesloten moet worden, heeft dat direct grote gevolgen en is de kans groot dat behaalde resultaten van de afgelopen jaren verloren gaan”, zegt woordvoerder Go de Roij van Zuijdewijn van de Schone Kleren Campagne. “Het Akkoord kan dan minder goed haar inspecties uitvoeren en minder goed monitoren of alle verbeteringen worden doorgevoerd. Bovendien druist dit in tegen de afspraak dat het Akkoord zou blijven totdat de overheid in Bangladesh voldoende technische expertise heeft opgebouwd en ook de politieke wil heeft om alle werkzaamheden van het Akkoord uit te voeren. Nieuwe rampen dreigen als er geen goede opvolging is die de reputatie van merken schade toebrengt maar waar arbeiders de grootste prijs voor betalen, namelijk hun leven.”

Naast de 1600 fabrieken die de laatste jaren intensief zijn geïnspecteerd door het Akkoord, vallen tenminste 900 fabrieken onder geen enkel inspectieprogramma. Nog eens 809 fabrieken vallen onder het inspectieprogramma van de Department of Inspection for Factories and Establishments (DIFE) in Bangladesh, maar deze rapporteert dat slechts 27% van de benodigde verbeteringen is doorgevoerd. Dit percentage kan overigens niet worden geverifieerd omdat DIFE de verbeterprogramma's en voortgangsrapportages niet publiceert zoals het Akkoord wel doet. De Remediation Coordination Cell (RCC) zal uiteindelijk alle inspecties van het Akkoord moeten overnemen.

DIFE en de RCC hebben op dit moment nog niet de capaciteit die nodig is om alle fabrieken die nu nog onder het Akkoord programma vallen te inspecteren. Ze zijn niet transparant en de afspraken zijn niet juridisch afdwingbaar zoals onder het Akkoord. De Tazreen Fashion fabriek kon zonder veiligheidsvergunning blijven draaien totdat de fabriek afbrandde.

De intentie van het Bangladesh Akkoord was om het inspectie- en verbeterprogramma uit te breiden naar huishoudtextielbedrijven zodat meer arbeiders beschermd zouden worden. Als het verbod/restraining order tegen het Akkoord van kracht wordt, zal dit veelbelovende initiatief teniet worden gedaan.
“Op dit moment is het nog steeds onveilig in veel kleding- en textielfabrieken in Bangladesh. Een ramp zoals in de Tazreen fabriek kan elke dag gebeuren. Het is roekeloos om het Akkoord, het enige geloofwaardige en succesvolle veiligheidsprogramma in Bangladesh, te beperken in haar werk. Schone Kleren Campagne dringt er bij de overheid van Bangladesh op aan het Akkoord te blijven steunen en dit kenbaar te maken bij het Hooggerechtshof opdat de restraining order wordt opgeheven.”

--------------------------------------------------------------------------------

Reactie op hoorzitting over Bangladesh Akkoord

gepubliceerd 29-11-2018 11:15, Laatste wijziging: 29-11-2018 11:19
Eerder deze maand ging het Bangladesh Veiligheidsakkoord in beroep tegen het verbod dat het Hooggerechtshof heeft uitgevaardigd tegen het Akkoord om nog langer vanuit Bangladesh te mogen opereren. Het Akkoord heeft een klein kantoor in Amsterdam en een groot kantoor met zo'n 250 werknemers in Bangladesh.

 

Uitstel van uitspraak door Hooggrechtshof van Bangladesh
Het kantoor van het Bangladesh Akkoord zou per 30 november gesloten moeten worden als het verbod niet wordt opgeheven. Vandaag vond de hoorzitting plaats. Het Hooggerechtshof heeft tijdens de hoorzitting besloten om een nieuwe hoorzitting te plannen op 6 december. Daardoor is de bekrachtiging van het verbod tot die tijd uitgesteld. Wanneer het Akkoord het land moet verlaten zal dit grote gevolgen hebben voor de veiligheid van miljoenen kledingarbeidsters. Wat dit betekent kun je in ons statement lezen.

 

 

 

 

 

Japanse modeketen Uniqlo verwaarloost Jaba Garmindo arbeiders

gepubliceerd 29-11-2018 16:05, Laatste wijziging: 03-12-2018 10:55
Op 14 november 2018 verliet de afgevaardigde van Uniqlo een bemiddelingsproces in Jakarta zonder een noemenswaardig aanbod te doen om voormalige werknemers van de Jaba Garmindo fabriek in Indonesië tegemoet te komen. De Jaba Garmindo fabriek ging in 2015 failliet nadat Uniqlo plotseling orders terugtrok. Door dit onverwachte faillissement kwamen vierduizend arbeiders, voornamelijk vrouwen, diep in de schulden terecht, zonder vooruitzicht op een baan.

Internationale acties
De Schone Kleren Campagne is afgelopen zomer begonnen aan een internationale campagne om Uniqlo bij te laten dragen aan de wettelijk verschuldigde ontslagvergoedingen. Er is actie gevoerd tijdens openingen van nieuwe Uniqlo-winkels in Europa waarbij het publiek over de arbeiders in Indonesië werd geïnformeerd. In oktober volgde er een tour van sprekers in Tokyo, waar het hoofdkantoor van Uniqlo zit. De acties overtuigden Uniqlo uiteindelijk om, twee weken geleden, de arbeiders op te zoeken in Jakarta.

Faillissement Jaba Garmindo fabriek
Net voordat de Jaba Garmindo fabriek zijn deuren sloot, in april 2014, maakten arbeidsrechtenactivisten melding van arbeidsovertredingen in de fabriek. De overtredingen waren onder andere het onwettelijk ontslaan van zwangere werknemers, onbetaalde overuren, gezondheids- en veiligheidsrisico’s en tegenwerking van de vakbond. In die tijd verklaarde Uniqlo dat ze de productie in de fabriek stop hadden gezet door problemen rondom kwaliteit. In het begin van januari 2015 kregen medewerkers niet langer hun salaris op tijd betaald. Drie maanden later sloot de fabriek onverwacht. In april 2015 werd deze failliet verklaard, waardoor 4000 werknemers werkloos achterbleven, wachtend op miljoenen aan onbetaalde salarissen en ontslagvergoedingen.

Uniqlo's CEO rijkste man van Japan
In hetzelfde jaar dat de fabriek failliet verklaard werd, rapporteerde Uniqlo een toename van de winst met 10,3%. Elk jaar bleef de winst stijgen; in augustus van dit jaar stond de groei op 38,1%. Tadashi Yanai, CEO, is de rijkste man van Japan en is een van de rijkste mensen ter wereld. Zijn bezit is in de afgelopen twee jaar, sinds april 2016, bijna verdubbeld tot $25,4 miljard.

Bemiddelingsproces: Uniqlo oneerlijk
Uniqlo was oneerlijk over hun intentie om tot een oplossing te komen tijdens de bemiddelingsbijeenkomst met de vakbond van de voormalige Jaba Garmindo fabriek midden november. Voorafgaand aan de bijeenkomst verklaarden de afgevaardigden van Uniqlo dat ze bereid waren een afspraak te maken om de arbeiders tegemoet konden komen. Dit in aanvulling op hun vorige aanbod om een andere werkplek voor arbeiders te faciliteren. Arbeiders willen dat er een fonds wordt opgezet waar zij uit gecompenseerd worden, en hebben Uniqlo gevraagd hier een substantiële bijdrage aan te leveren. Tijdens de bijeenkomst weigerde Uniqlo niet alleen een bijdrage te leveren aan dit fonds; zij deden geen enkel ander voorstel tot het bieden van bijstand. Er bleek geen enkele sprake van goede intenties.

Uniqlo weigert een oplossing
Buiten het gebouw waar de bemiddelingsbijeenkomst plaatsvond wachtten meer dan 200 ex-Jaba Garmindo arbeiders urenlang in de hitte, in afwachting van enige tegemoetkoming. De afgevaardigden van de arbeiders benadrukten herhaaldelijk dat een substantiële bijdrage aan het fonds de enige betekenisvolle manier is waarop Uniqlo hen kan compenseren. Ze wijzen op de grote financiële en psychologische last die duizenden arbeiders en hun families ervaren als gevolg van de sluiting van de fabriek. Uniqlo herhaalde dat zij niet wettelijk verplicht zijn om nagelaten betalingen aan arbeiders te voldoen als gevolg van het sluiten van de fabriek. Uniqlo heeft verder geweigerd deel te nemen aan een tweede bijeenkomst.

Insiders uit de industrie markeren Uniqlo als een keten die enkel gaat voor winst. Uniqlo's weigering om de uitstaande schulden aan de Jaba Garmindo arbeiders (van maar liefst $5,5 miljoen) te betalen gaat in tegen internationale standaarden en Uniqlo’s eigen gedragscode.

Naleven mensenrechten
Uniqlo ontkent de feiten van deze zaak en de schending van mensenrechten in de vorm van verschuldigde ontslagvergoedingen niet. En toch weigert Uniqlo tegemoet te komen aan de voormalige Jaba Garmindo arbeiders. Ze verklaren simpelweg dat het geen wettelijke verplichting voor hen is. Dit is precies waar de VN Richtlijnen voor Bedrijfsleven en Mensenrechten voor zijn opgesteld: om bedrijven als Uniqlo aan te pakken, die volhardend hun productie blijven uitbesteden om wettelijke verantwoordelijkheid voor de consequenties van hun handelspraktijken te ontwijken.

De Richtlijnen stellen vast dat bedrijven een verantwoordelijkheid hebben om mensenrechten in hun productieketens na te leven en te beschermen. Uniqlo’s gedragscode bevestigt dit door te stellen dat “verplichtingen [van het bedrijf] de verplichtingen in de lokale wet kunnen overstijgen om de rechten van de arbeiders, zoals vastgesteld in de nationale en internationale arbeids- en sociale zekerheidswetten en -reglementen, veilig te stellen”.

Mirjam van Heugten, coördinator bij de Clean Clothes Campaign, was ook bij de bijeenkomst. Ze zegt daarover: “De meeste vrouwen en mannen die ik er heb ontmoet waren van middelbare leeftijd. Het waren loyale werknemers, die wel tien, twintig en soms meer dan dertig jaar voor de fabriek gewerkt hadden. Op het moment dat fabrieken sluiten zonder ontslagvergoedingen te betalen, is dat gelijk te stellen aan het achterhouden van lonen, en dat is een significante schending van mensenrechten. De consequenties voor de arbeiders zijn zeer groot en langdurig. Merken als Uniqlo hebben een duidelijke verantwoordelijkheid om in alle gevallen van achtergehouden lonen een oplossing te bieden, net zo goed als dat ze een verantwoordelijkheid hebben om kinderarbeid en seksuele intimidatie bij vrouwen tegen te gaan in de fabrieken waar hun kleding geproduceerd wordt.”

Betalen van ontslagclaims bij faillissement
De eisen van de voormalig arbeiders van Jaba Garmindo aan Uniqlo zijn niet nieuw of ongebruikelijk. Sterker nog; veel van Uniqlo’s concurrenten hebben wel toegezegd bij te dragen aan de betaling van ontslagclaims wanneer een leverancier dichtgaat door faillissement of andere redenen. Nike, adidas, Disney, Fruit of the Loom, Hanesbrands, H&M, Walmart en Jack Wolfskin hebben allemaal actieve stappen ondernomen in eerdere vergelijkbare situaties, om te garanderen dat arbeiders gecompenseerd werden voor waar ze wettelijk recht op hebben na een faillissement en sluiting van een fabriek.

Warni, een medewerker van de Jaba Garmindo fabriek die er sinds 1992 werkzaam was, zegt: “Het was duidelijk dat Uniqlo veel invloed had op de zaken van de fabriek. Wanneer er bestellingen van Uniqlo binnenkwamen, werden er nieuwe machines gekocht en werd er flink geïnvesteerd. Er werden hoge targets opgelegd elke dag, wat betekende dat we veel moesten overwerken. Er waren dagen dat ik wel 900 mouwen moest naaien. We konden niet eens naar het toilet tussendoor. Toen mijn man erg ziek werd en naar het ziekenhuis moest, mocht ik geen verlof opnemen om voor hem te zorgen. Nu is hij overleden.”

Invloedrijke speler in de mode-industrie
In de tussentijd is Uniqlo bezig de Europese markt te veroveren. Dit najaar zijn er winkels in Stockholm en Amsterdam geopend en er zijn meer openingen van Europese winkels aangekondigd voor volgend jaar; onder andere in Stockholm en Milaan. Het moederbedrijf van Uniqlo, ‘Fast Retailing’ zal eind deze week haar Algemene Vergadering houden, wanneer het bedrijf ook verwacht nieuwe winstrecords bekend te maken.

Mirjam van Heugten: “Uniqlo wil koste wat kost bekend staan als een belangrijke en invloedrijke speler in de mode-industrie. Het wil Japans' reactie zijn op Zara of H&M en belooft duurzaamheid na te streven. Duurzaamheid betekent wel verantwoordelijkheid nemen. Duurzaamheid gaat niet alleen over stukjes plastic uit de Amsterdamse grachten vissen. Het gaat erover dat er in de productieketens geen mensenlevens in gevaar worden gebracht of beschadigd, en dat de mensen die de kleding maken een eervol leven kunnen leiden.”