Volledige compensatie voor fabrieksarbeiders Bangladesh laat nog langer op zich wachten

gepubliceerd 13-09-2013 09:45, Laatste wijziging: 14-10-2013 13:44
Op 11 en 12 september vonden in het hoofdkantoor van de ILO in Genève besprekingen plaats over de compensatie van de slachtoffers van de rampen in de fabrieken van Tazreen en Rana Plaza.
  • Volledige compensatie voor fabrieksarbeiders Bangladesh laat nog langer op zich wachten.
  • 11 kledingmerken nemen deel aan de compensatiebesprekingen voor de slachtoffers van de rampen in de Bengaalse fabrieken.
  • Merendeel van de grote merken gaan niet in op de smeekbede van de arbeiders.
  • Overeenkomst bereikt over enkele vooruitbetalingen.

 

Elf van de kledingmerken en detailhandelaren die orders hadden geplaatst in de betrokken fabrieken waren daarbij
aanwezig. Andere grote bedrijven lieten deze belangrijke bijeenkomst aan zich voorbijgaan en toonden daarmee een nonchalante minachting voor het lot van de 1900 fabrieksarbeiders die in de fabrieken gewond raakten en voor de nabestaanden van de 1200 arbeiders die de dood vonden in de ramp.

Elf van de kledingmerken endetailhandelaren die orders hadden geplaatst in de betrokken fabrieken waren daarbijaanwezig. Andere grote bedrijven lieten deze belangrijke bijeenkomst aan zich voorbijgaan entoonden daarmee een nonchalante minachting voor het lot van de 1900 fabrieksarbeiders diein de fabrieken gewond raakten en voor de nabestaanden van de 1200 arbeiders die de doodvonden in de ramp.

 

Van de 27 bedrijven die waren uitgenodigd om mee te praten over een schadeloosstelling voor de ramp in de Rana Plaza fabriek, hebben slechts 9 kledingmerken zich van hun goede kant laten zien en de besprekingen bijgewoond: Bon Marché, Camaieu, El Corte Ingles, Kik, Loblaw, Mascot, Matalan, Primark Store Twenty One.

18 andere genodigden kwamen niet opdagen: Adler, Auchan, Benetton, C&A, Carrefour, Cato Corp, The Children’s Place, Dressbarn, Gueldenpfennig, Iconix Brand, Inditex, JC Penney, Kids Fashion Group, LPP, Mango, Manifattura Corona, NKD, Premier Clothing, PWT Group, Texman en Walmart.

De Assistent Secretaris van IndustriAll Global Union, Monika Kemperle, verklaart: “Het is schokkend dat er bijna een half jaar na de ramp van Rana Plaza pas één kledingmerk is dat enige vorm van schadevergoeding heeft uitgekeerd aan de slachtoffers van de ramp. Ik heb veel respect voor de bedrijven die naar de bijeenkomsten zijn gekomen, maar ik heb geen enkel begrip voor de bedrijven die weigeren aan te schuiven.”

Schadevergoedingsprotocol gepresenteerd

IndustriAll, Schone Kleren Campagne en de Workers Rights Consortium (WRC) presenteerden een schadevergoedingsprotocol dat bij eerdere fabrieksrampen in Bangladesh als model is gebruikt door kledingmerken en detailhandelaren. Dit protocol omvat onder andere een schadevergoeding voor geleden schade en voor inkomstenderving. Voor volledige schadeloosstelling inzake de Rana Plaza ramp, is er een bedrag van US$74,571,101 nodig. De betrokken kledingmerken is gevraagd om hieraan US$ 33,556,996 bij te dragen. Voor de Tazreen fabriek is een bedrag van US$6,442,000 nodig, waarvoor een bijdrage van US$2,899,000 wordt gevraagd aan de kledingindustrie.

Initiatief tot compensatiefonds slachtoffers

Internationale deskundigen hebben richtlijnen opgesteld voor het oprichten van een compensatiefonds dat onder toezicht zal komen te staan van een commissie van vertegenwoordigers van alle belanghebbende partijen. De oprichting van een dergelijke toezichthoudende commissie zal plaatsvinden in samenspraak met alle betrokkenen. In de huidige besprekingen is er nog geen overeenkomst bereikt, maar de aanwezige bedrijven hebben toegezegd de discussie hierover verder voort te zetten. IndustriALL, Schone Kleren Campagne en de WRC zijn blij met de plannen ter oprichting van een compensatiefonds en moedigen de betrokken partijen aan om samen te werken en dit zo snel mogelijk te realiseren.

Ook de Permanente Vertegenwoordiger van Bangladesh in de Verenigde Naties in Genève, de heer Abdul Hannan, sprak de aanwezigen toe. De Bengaalse arbeiders en de nabestaanden van de slachtoffers hadden hun hoop gericht op directe hulp, maar komen bedrogen uit. Na twee dagen van besprekingen beperkten de beloftes van de bedrijven zich tot:

1. Nieuwe bespreking binnen twee weken, om informatie en ervaringen uit te wisselen, van gedachten te wisselen en de volgende stappen te bespreken.

2. Een financiële bijdrage aan een fonds dat verwonde arbeiders en nabestaanden ondersteunt, en de belofte om haast te maken met de oprichting van een dergelijk fonds. Hiertoe is er een organisatiecommissie opgericht die door middel van een forum van belanghebbenden, waaronder de overheid van Bangladesh, werkgevers, kledingmerken en detailhandelaren, vakbonden en NGO's, dit proces op zal starten.

3. Toezegging om samen verder te gaan op de weg die de Britse detailhandelaar Primark al eerder had ingeslagen, door verdere hulp te verlenen aan de slachtoffers.

Primark doet toezeggingen, andere bedrijven houden zich stil

Primark stelt haar lokale financiële infrastructuur in Bangladesh ter beschikking, om de beschikbare noodfondsen op de plaats van bestemming te doen aankomen. Direct na de bijeenkomst zegde Primark toe om ook de komende drie maanden de uitbetaling van het salaris aan alle betrokken gezinnen voort te zetten, als vorm van noodhulp. Helaas heeft geen van de andere bedrijven of detailhandelaren die bij de besprekingen aanwezig waren enige toezegging tot noodhulp gedaan.

ZM Kamrul Anam van het Bengaals bestuur van IndustriAll riep de bedrijven op om snel te reageren: “Het is mooi dat Primark nu drie maanden salaris doorbetaalt aan de gewonde arbeiders en de gezinnen van de slachtoffers. Maar als ik straks terugkom in Bangladesh, dan krijg ik de vraag wat er nog meer is besloten vandaag. Deze gezinnen hebben voedsel nodig, medicijnen en woonruimte. Daarom roep ik u op, kledingmerken en detailhandelaren, om bij te dragen aan de doorbetaling van salaris voor deze mensen in nood. De komende tijd zal er ook een duurzamere oplossing gezocht worden, maar eerst is het belangrijk dat deze gezinnen directe financiële steun ontvangen.

Compensatiebespreking Tazreen

Tijdens de compensatiebesprekingen voor de Tazreen fabriek op de eerste dag, gaf C&A uitleg over zijn initiatief tot billijke schadevergoeding voor de slachtoffers en toonde zijn betrokkenheid bij het vinden van een duurzame oplossing. Karl Rieker, ook aanwezig bij de besprekingen, signaleerde de bereidheid van de betrokken bedrijven om bij te dragen aan het noodfonds en kreeg complimenten voor zijn positieve bijdrage aan de discussie over Tazreen.

Bij de besprekingen over de Tazreen ramp op 11 september ontbraken de volgende genodigde merken en detailhandelaren: Delta Apparel, Dickies, Disney, El Corte Inglés, Edinburgh Woolen Mill, Kik, Li & Fung, Piazza Italia, Sean John, Sears, Teddy Smith, and Walmart.

Verklaringen van woordvoerders betrokken organisaties

Assistent Secretaris van IndustriAll Monika Kemperle verklaarde: “Walmart is 's werelds grootste detailhandelaar en één van de grootste afnemers van Bangladesh. Zij horen het voorbeeld te geven en de verantwoordelijk te nemen voor hun wereldwijde productienetwerk. Maar opnieuw laat Walmart het afweten en toont geen enkele betrokkenheid bij de arbeiders in Bangladesh die miljoenen kledingstukken voor hen produceerden terwijl Walmart deze wereldwijd met enorme winst verkocht.

Christa de Bruin van Schone Kleren Campagne verklaarde: “Schone Kleren Campagne blijft druk uitoefenen op de merken die nog geen bijdrage hebben geleverd aan het onderhandelingsproces en die nog geen toezeggingen hebben gedaan tot een substantiële bijdrage aan het compensatiefonds, om zo de bedragen te halen die nodig zijn om de arbeiders en hun gezinnen de hulp te geven waar ze volgens de internationale norm recht op hebben.

Scott Nova, Algemeen Directeur van de Worker Rights Consortium, voegde daaraan toe: “Het is hoog tijd dat de slachtoffers van de grootste industriële ramp uit de geschiedenis en hun gezinnen, hulp en steun krijgen van de internationale kledingbedrijven en detailhandelaren die profiteerden van het werk van deze arbeiders. Het is schokkend dat er maar een paar bedrijven toezeggingen hebben gedaan over concrete hulp, maar het is nog veel schokkender dat de meeste bedrijven die betrokken waren bij deze ramp niet eens de moeite hebben genomen om hun gezicht te laten zien bij de besprekingen.

Navigatie