Made in Indonesië

gepubliceerd 21-01-2015 12:05, Laatste wijziging: 22-01-2015 09:58
De productie van stoffen en textiel in Indonesië is al eeuwenoud. In de negentiende eeuw waren felgekleurde batikstoffen al erg populair in Nederland. Pas vanaf de jaren 1970 werd grootschalige kledingproductie belangrijk voor de economie die zich in de jaren daarna snel ontwikkelde. Tegenwoordig telt het land zo'n 2980 kledingfabrieken, waarvan 90% zich op het eiland Java bevinden. Indonesië staat in de top tien van belangrijkste kledingproducerende landen.
Made in Indonesië

Arbeiders aan het werk in een kledingfabriek in Indonesië ©ILO/Better Work Indonesia

De Republiek Indonesië is een land in Zuidoost-Azië. Indonesië is met meer dan 17.000 eilanden de grootste eilandstaat van de wereld. De archipel is al lang een belangrijke handelsregio. Vanaf de zeventiende eeuw, toen de VOC voet aan wal zette, tot diep in de twintigste eeuw, was Indonesië een Nederlandse kolonie. Pas na de Tweede Wereldoorlog (waarin het land door Japan bezet werd), werd het land onafhankelijk: officieel in 1949. Vanaf midden jaren 1960 breekt een woelige periode aan. Het land krijgt te maken met massamoorden, een staatsgreep, corruptie en sociale onrust. Pas rond de eeuwwisseling komt hier verandering in. Tegenwoordig is het land een republiek met een gekozen parlement en een president aan het hoofd.

Feiten Indonesië

Indonesië ligt op 11000 kilometer van Nederland
Bevolkingsaantal (2014): 250 miljoen mensen
Oppervlakte: 1.910.931 km² (40 keer zo groot als Nederland)
Hoofdstad: Jakarta
Arbeidsplaatsen kledingindustrie: 1.3 miljoen
Percentage kleding in totale export (2012): 6%
Exportwaarde kleding (2011): €12.1 miljard
Percentage kledingproductie wereldmarkt (2013): 1,8%
Minimumloon (2014): €167,12 (2.441.000 roepia)
Leefbaar loon (2013): €277,15 (4.048.226 roepia) (berekening Asia Floor Wage)

Kledingindustrie

De productie van stoffen en textiel in Indonesië is al eeuwenoud. In de negentiende eeuw waren felgekleurde batikstoffen al erg populair in Nederland. Pas vanaf de jaren 1970 werd grootschalige kledingproductie belangrijk voor de economie die zich in de jaren daarna snel ontwikkelde. Tegenwoordig telt het land zo'n 2980 kledingfabrieken, waarvan 90% zich op het eiland Java bevinden. Indonesië staat in de top tien van belangrijkste kledingproducerende landen. Van de 1.3 miljoen kledingarbeiders is 78% vrouw.

Lonen en veiligheid

In Indonesië worden de minimumlonen per provincie bepaald. Hoewel het minimumloon per saldo hoger is dan in andere landen in de regio verdienen kledingarbeiders nog steeds te weinig om van rond te komen. De helft van het loon wordt bijvoorbeeld besteed aan eten. In sommige gevallen worden de legale minimumlonen niet uitbetaald, evenmin de gemaakte overuren. Daarnaast worden er trucjes toegepast door een all-in loon uit te betalen. In dit bedrag zijn alle bonussen en overuren inbegrepen, en hierdoor is het hoger dan een gemiddeld loon, maar de berekening klopt vaak niet.

Ik zou in mijn basisbehoeftes moeten kunnen voorzien met het geld dat ik verdien. Maar omdat mijn loon altijd te weinig is, is mijn enige oplossing om heel erg sober te leven.” Siagawati , kledingarbeider

25% van de ongevallen op het werk in Indonesië vinden plaats in de kledingindustrie. Toch worden maar weinig arbeiders door hun werkgevers geregistreerd voor sociale zekerheidsprogramma's. Omdat veel fabrieken geen eigen medische faciliteiten hebben zijn gewonde arbeiders aangewezen op ziekenhuizen in de regio als er een ongeluk gebeurt. De kledingfabriek moet dan wel de medische kosten vergoeden.

Vakbonden en tijdelijke contracten

De vrijheid om lid te worden van een vakbond is belangrijk omdat arbeiders dan zelf gezamenlijk problemen kunnen oplossen met het management. In Indonesië is het grootste deel van de kledingarbeiders geen lid van een vakbond omdat ze bang zijn ontslagen te worden door hun baas. Deze tegenwerking van fabrieksmanagement komt namelijk veel voor.

Er was altijd een probleem: we kregen niet genoeg voor onze overuren. Maar nu we een vakbond hebben is het goed. We kunnen nu geld naar onze ouders sturen. Dit helpt onze families.”- kledingarbeider in Indonesië

Daarnaast worden veel arbeiders aangenomen op tijdelijke contracten, of helemaal zonder contract als dagloner. Het is steeds meer gebruikelijk dat in kledingfabrieken de helft van de arbeiders tijdelijke contracten hebben, hoewel kledingarbeiders wel jaren bij het bedrijf werken. Omdat een werknemer via een arbeidscontract juist veel rechten opbouwt vormt dit een groot probleem.

In 2011 werd een historische overeenkomst getekend tussen Indonesische vakbonden, kledingfabrieken en internationale sportmerken zoals adidas, Nike en Puma. In dit document spreken de partijen af ervoor te zorgen dat vakbondsvrijheid en vakbondsactiviteiten vrij kunnen worden uitgevoerd in de fabrieken waar sportkleding wordt gemaakt.

Fabriekssluitingen

De afgelopen jaren zijn plotslinge fabriekssluitingen een groot probleem geworden. Omdat kledingmerken tegenwoordig van hun leveranciers verwachten dat ze snel, flexibel en – vooral - goedkoop leveren verplaatsen veel kledingfabrieken zich naar gebieden waar lonen lager zijn. In Indonesië gebeurt dit zelfs van de een op de andere dag waardoor duizenden werknemers onaangekondigd op slag werkloos zijn zonder dat hun lonen en ontslagvergoedingen worden uitbetaald.

Dit was ook het geval bij de Kizone fabriek die in 2011 plots haar deuren sloot. Na een campagne waarbij 50.000 handtekeningen werden opgehaald ging adidas, de belangrijkste klant van deze fabriek, in 2013 overstag en betaalde de 1,5 miljoen euro achterstallige lonen aan de arbeiders.