Made in Turkije

gepubliceerd 03-07-2014 13:59, Laatste wijziging: 03-07-2014 13:59
Turkije is de derde kledingleverancier voor Nederland, en het vierde wereldwijd. Naar Nederland word er vooral dames- en babykleding geëxporteerd.
Made in Turkije

Arbeiders naaien de Turkse vlag in een atelier in Istanbul, 2007 (Copyright AFP/File, Mustafa Ozer)

De Republiek Turkije is een land op de grens van Azië  en Europa. Het grootste deel van het land ligt op het Aziatische continent, maar vanwege de politieke en culturele geschiedenis van Turkije wordt het land ook wel tot Europa gerekend, waarbij het land al sinds een aantal jaar wil toetreden tot de Europese Unie. 

Feiten Turkije

Turkije ligt op 3300 kilometer van Nederland
Bevolkingsaantal (2013): 80,7 miljoen inwoners
Oppervlakte: 783.562 km2 (ruim 20x zo groot als Nederland)
Hoofdstad: Ankara
Arbeidsplaatsen kledingindustrie: 2 miljoen
Percentage kleding in totale export (2012): 10%
Exportwaarde kleding (2013): €16,1 miljard

Percentage kledingproductie wereldmarkt (2014): 3,4%
Minimumloon (2013): € 252,50 per maand
Leefbaar loon (2013): € 890 per maand (schatting rapport Clean Clothes Campaign)

Kledingindustrie

Al tijdens het Ottomaanse rijk in de zestiende en zeventiende eeuw was de textielindustrie een belangrijke sector. Tijdens de industrialisatie aan het begin van de twintigste eeuw groeide de industrie nog sneller. De groei werd ondersteund door de grote hoeveelheden katoen die in het land verbouwd wordt. De afgelopen vijfentwintig jaar is de kledingindustrie gestaag doorgegroeid. De kledingindustrie in Turkije bestaat vooral uit kleine en middelgrote bedrijven. De meeste ondernemingen in staatshanden zijn geprivatiseerd en nu zijn de meeste kledingfabrieken in handen van private ondernemingen. 
De landen in de EU zijn de belangrijkste afnemers van kleding uit Turkije. Ruim 20% gaat naar Duitsland, gevolgd door Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Andere belangrijke Europese afzetmarkten zijn Frankrijk, Nederland, Italie, Denemarken, Belgie en Zweden.
Officieel werken er 508,000 mensen in de Turkse kledingindustrie, maar er wordt geschat dat er daarnaast nog informeel 1,5 miljoen mensen in de sector werken.
Een regio in het zuidoosten van het land prijst zichzelf aan als 'goedkoper dan China'. Investeerders worden naar het gebied gelokt met beloftes dat de arbeiders alleen een minimumloon betaald krijgen.

Ontwikkeling met pieken en dalen

Tussen 1980 en 1999 groeide de kledingindustrie uit tot de grootste landelijke exporteur van productiegoederen, met een jaarlijkse groei van 20,5%. Dit kwam door de aanwezigheid van de belangrijkste grondstof: katoen, relatief lage arbeidskosten, de kleine afstand tot Europa en een overeenkomst met de Europese Unie dat goederen zonder beperkingen van de douane verhandeld kunnen worden. De totale groei in deze periode ging van $777 miljoen (1980) naar $9,9 miljard (1999). Dit veranderde abrupt in 1999 toen vanwege een grote aarbeving (Izmit: 17,127 doden), economische problemen en valutaschommelingen de export dramatisch daalde. Desondanks herstelde de sector zich in de jaren 2000-2007 weer, en de export verdubbelde. In 2007 vertegenwoordigde de industrie een omzetwaarde van $16 miljard. Door de economische crisis nam de productie in 2008 en 2009 weer af. Maar het jaar daarop herstelde de sector wonderwel weer. Tegenwoordig is de textiel-, kleding- en leerindustrie samen een toonaangevende sector in Turkije, vooral vanwege de export, het aantal arbeidsplaatsen en het aandeel in het BBP.

Lonen en werktijden

De lonen in de Turkse kledingindustrie zijn te laag om van te kunnen leven. Om bij te verdienen worden er daarom veel extra overuren gemaakt. Arbeiders in Istanbul verdienen al met al zo'n 326 euro, in de fabrieken in de regio Batman in het zuidoosten van het land tussen de 196-293 euro en in de kleinere werkplaatsen niet meer dan 130 euro per maand, en dat allemaal inclusief overuren. Een normale werkdag in de Batman-regio ligt rond de 10 uur. Daarnaast wordt er twee tot drie keer per week doorgewerkt tot negen uur 's avonds, en op zaterdag tot een uur 's middags. In de kleinere werkplaatsen is het niet gek als er wordt begonnen met werken om negen uur 's ochtends en er wordt doorgewertk tot middernacht, in sommige gevallen tot de volgende ochtend. 
“Geen overwerk betekent geen geld. We hebben overwerk nodig omdat we dan extra geld verdienen. Ons loon is niet genoeg, weet je.” - Een kledingarbeider (2014)
Veel kledingarbeidsters in het oosten van Anatolië werken in de textielsector om hun bruidschat bij elkaar te sparen. Hun tijd in de kledingfabrieken gebruiken ze om de periode tot hun trouwen te overbruggen. Hoewel de meeste jonge vrouwen van plan zijn te stoppen met werken zodra ze zijn getrouwd, zien ze hun werk als een mogelijkheid om het huis uit te zijn. Ondanks de slechte omstandigheden achter de naaimachine is hun werkplek zo ook een plaats waar ze zelfstandig geld verdienen en vrijer zijn dan thuis. 
In het oosten van Anatoliëverdienen deze vrouwen ongeveer 238 euro per maand, terwijl hun maandelijkse leefkosten 332 euro bedragen, precies het bedrag dat de Turkse vakbondsfederatie heeft aangemerkt als het 'hongerniveau'. Om het gat tussen hun kosten en loon te vullen werken de vrouwen flink over. Door zo'n 30 tot 50 overuren per maand te draaien, verdienen ze 52-65 euro extra. Zonder dat extraatje kunnen de vrouwen niet rondkomen. Dit terwijl ze al de meeste van hun behoeftes hebben opgeofferd: geen scholing voor kinderen, kleding en schoenen, vakantie, gezondheidszorg en onderhoud van hun huizen.
Een gedeelte van de kledingarbeiders zijn daarnaast ongeregistreerde vrouwelijke migranten. Omdat ze niet geregisteerd staan als kledingarbeider hebben ze geen verzekering via de werkgever.  Als de vrouwen ziek worden moeten ze zelf de kosten betalen.

Tegenwerking vakbonden

In Turkije worden de vakbonden flink tegengewerkt. Volgens vakbond FNV bemoeilijkt de wetgeving in Turkije het functioneren van vakbonden. Turkije heeft in 2012 nieuwe vakbondswetten aangenomen, maar deze voldoen niet aan de internationale verdragen die Turkije heeft ondertekend. Deze fundamentele ILO-conventies zijn wel bekrachtigd, maar de Turkse wetgeving maakt het tegelijkertijd moeilijk om een vakbond op te richten, lid te worden of een cao af te sluiten. 
Arbeiders kunnen zich pas bij een vakbond aansluiten als ze zijn geregistreerd. De 1,5 miljoen kledingarbeiders die in de informele sector werken kunnen zich dus niet organiseren. Dit zijn er drie keer zo veel als de geregistreerde arbeiders, waarvan meer dan de helft wel vakbondslid is. Daarnaast mag een vakbond pas onderhandelen over arbeidsvoorwaarden als zij 10% van de werknemers in de branche vertegenwoordigen en de helft van de arbeiders in het bedrijf vakbondslid is. 
In 2013 werd er flink geprotesteerd in Turkije, eerst op het Taksimplein in Istanbul, en later in andere delen van het land. De Turkse vakbonden steunden de roep om vrijheid van meningsuiting, vakvereniging en om te demonstreren. Een aantal kritische Turkse vakbonden hebben de afgelopen tijd te maken met gehad invallen en arrestaties.