Made in China

gepubliceerd 13-02-2014 13:55, Laatste wijziging: 28-01-2015 16:29
China is verreweg de grootste exporteur van kleding in de wereld. Vanaf 1979 stelde de Volksrepubliek China zich meer open voor internationale handel via flinke economische hervormingen. Sindsdien is de kledingindustrie een belangrijke pijler van de economie waarbij de export van kleding explosief groeide van bijna niets tot honderden miljarden dollars.
Made in China

In de film China Blue houden de vermoeide arbeiders met knijpers hun ogen open


De Volksrepubliek China is een land in Oost-Azië. Qua bevolking is het het grootste land in de wereld. De republiek grenst aan 14 landen waaronder Nepal, Noord-Korea en Vietnam. Het land is een van de vroegste centra van beschaving, met de eerste keizers rond 2000 voor Christus. In 1911 werd de laatste keizer afgezet en de Republiek China uitgeroepen. Na een aantal opstanden en burgeroorlogen wonnen de communisten onder leiding van Mao Zedong en werd in 1949 de Volksrepubliek China uitgeroepen. Pas na de dood van Mao in 1976 werd het land meer opengesteld en vonden er economische hervormingen plaats. China is een socialistische republiek en wordt geregeerd door de Chinese Communistische Partij.  Met een van de snelst opkomende economieen ter wereld staat China tegenwoordig bekend als ‘de werkplaats van de wereld’.

Feiten China

China ligt op 7800 km van Nederland
Bevolkingsaantal (2014): 1,39 miljard inwoners

Oppervlakte:
9.596.961 km2 (228x zo groot als Nederland)

Hoofdstad: Beijing
Arbeidsplaatsen kledingindustrie: meer dan 10 miljoen

Percentage kleding in totale export (2012): 14%
Exportwaarde kleding (2013): €112 miljard
Percentage kledingproductie wereldmarkt (2011): 38,8%

Minimumloon (2013): € 186,11 (1550 Yen)
 per maand
Leefbaar loon (2013): € 376,07 (3132 Yen) (berekening Asia Floor Wage) per maand

Kledingindustrie

China is verreweg de grootste exporteur van kleding in de wereld. Vanaf 1979 stelde de Volksrepubliek China zich meer open voor internationale handel via flinke economische hervormingen. Sindsdien is de kledingindustrie een belangrijke pijler van de economie waarbij de export van kleding explosief groeide van bijna niets tot honderden miljarden dollars. Anders dan bijvoorbeeld Bangladesh, waar kleding de ruggegraat van de exporteconomie vormt, is kleding een van de vele industrieën, net als mijnbouw, machinebouw, petrochemische industrie en voedingsmiddelenindustrie bijvoorbeeld.  De laatste jaren neemt de productie van elektronica ook enorm toe. 

De kledingfabrieken concentreren zich in 5 van de 22 provincies: Guangdong, Zhejiang, Jiangsu, Shanghai (eigenlijk meer een superstad dan een provincie) en Shandong. Deze regio's, handig gelegen aan de kust, zijn verantwoordelijk voor meer dan 70% van de totale kledingexport en 60% van de productie.

China kent verschillende minimumlonen. De kustgebieden, waar de meeste kledingproductie plaatsvindt, hebben de hoogste lonen. De minder ontwikkelde en meer afgelegen gebieden hanteren flink lagere lonen. Het hoogste minimumloon vind je in Shanghai: € 194,64 (1620 Yen) per maand. Het laagste minimumloon in de kleinste provincie van China: het eiland Hainan, € 99,75 (830 Yen) per maand.

Lonen

De groei van de textielindustrie in China heeft ook gezorgd voor hogere lonen. Maar het minimumloon is nog steeds veel minder dan een leefbaar loon. Een rapport van een Chinese organisatie uit 2013 wees erop dat het minimumloon maar 32% was van het gemiddelde inkomen in de stad Shenzhen. Iemand die daar alleen het minimumloon verdient is daarom een snorhaar verwijderd van armoede.

Officieel worden in China de minimumlonen per provincie, autonome regio en gemeente bepaald. De Chinese arbeidswet schrijft voor dat het minimumloon voor arbeiders genoeg moeten zijn om van te leven, waarbij rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld lokale huurprijzen, voedselprijzen, afdracht van sociale zekerheid en aanbod van arbeidskrachten. Deze minimumlonen zijn bedragen per maand voor fulltime werknemers, behalve als het deeltijdbanen betreft: dan wordt er gerekend met uurloon. De minimumlonen moeten elke twee jaar worden herberekend, hoewel het in de praktijk meestal jaarlijks gebeurt. De regelgeving is dus best goed, maar in de praktijk komt hier weinig van terecht.

Het minimumloon is al ver verwijderd is van een leefbaar loon, maar de armoede verergert extra doordat er dikwijls met de regelgeving wordt gesjoemeld en arbeiders niet het nettoloon krijgen waar ze recht op hebben. Zo is achterstallig loon bijvoorbeeld erg gebruikelijk in Chinese fabrieken. Fabrieksmanagement gebruikt deze tactiek vaak om arbeiders bij de fabriek in dienst te houden die anders al ergens anders zouden zijn gaan werken. Als een arbeider dan toch besluit te vertrekken dan wordt het achterstallige loon niet uitbetaald.

Werktijden en extreem overwerk


Net als in veel andere kledingproducerende landen hebben Chinese kledingarbeiders weinig andere keuze dan extreem veel overuren te maken. Het extra geld dat daarmee bovenop het basisloon verdiend wordt is onmisbaar om te kunnen leven. Het is heel normaal om elke dag minimaal 3 uur over te werken, naast overwerk op zaterdag. Hoewel de Chinese arbeidswetten bepalen dat arbeiders nooit meer dan 36 uur overwerk per maand mogen werken, wordt dit aantal uren altijd flink overschreden. Op het weigeren van overwerk staat vaak een boete.

Vakbondsvrijheid

Vakbonden zijn belangrijk omdat deze een middel zijn voor arbeiders om hun eigen arbeidsomstandigheden te verbeteren en te onderhandelen met het fabrieksmanagement. China kent geen vakbondsvrijheid. Er is maar een erkende staatsvakbond, de All China Federation of Trade Unions. Hoewel de wet voorschrijft dat vakbondsleiders door de leden moeten worden gekozen, worden deze vaak zomaar aangesteld. Elke nieuwe vakbond heeft de goedkeuring nodig van deze federatie. Werknemers die zelf een vrije vakbond oprichten kunnen worden gearresteerd en in de gevangenis belanden. Hoewel het recht op collectief onderhandelen niet in de Chinese wet staat zijn hier wel regels voor. Een aantal jaar geleden is er nieuwe arbeidswetgeving gekomen. Sinds die tijd is het geregeld wat er in een arbeidsovereenkomst moet staan: contractduur, werk- en rusttijden, lonen en verzekeringen. Maar de vakbondswet is hetzelfde gebleven: vrije vakbonden zijn nog steeds verboden, wat het verbeteren van de positie van arbeiders lastig maakt.

Ontwricht gezinsleven

Het effect van hongerlonen wordt vooral zichtbaar in het ontwrichte leven van veel gezinnen. Terwijl hun ouders zwoegen in fabrieken in de kustregio's, blijven hun kinderen bij hun grootouders achter op het platteland. Het aantal kinderen in China die gescheiden van hun ouders leven wordt geschat op 58 miljoen. Dit aantal komt neer op ongeveer 1 op de 4 kinderen op het platteland. De lonen en werktijden in de Chinese kledingindustrie maken een normaal gezinsleven onmogelijk.

Onderbroekensteden


Naast de enorme fabrieken kent China ook gebieden waar kleine werkplaatsen het grootste deel van de kledingindustrie uitmaken. Zo is er in het zuidoosten van China een stad die bekend staat als de onderbroekenstad van China. In Shantou-stad wonen ongeveer 100.000 mensen, waarvan de helft migranten zijn uit andere delen van het land. In deze plaats zijn naar schatting 2000 thuisateliers waar families Bh’s maken. De lokale overheid stimuleert elk van de 23 verschillende wijken en dorpen van de ondergoedstad om zich te specialiseren in de productie van een specifiek kledingstuk. De arbeidsomstandigheden in deze werkplaatsen is zeer primitief te noemen. Er is slechte ventilatie en er zijn geen maatregelen genomen om de brandveiligheid te verbeteren wat de werkplaatsen ongezond en onveilig maakt.

Terwijl het grootste probleem van deze mensen de armoedige omstandigheden zijn worden salarissen maandenlang ingehouden. Sommige arbeiders krijgen maar drie keer per jaar betaald, meestal op feestdagen zoals Chinees nieuwjaar. Tussendoor krijgen ze kleine bedragen om eten van te kopen. Omdat de meeste fabrieken geen arbeidscontracten uitschrijven hebben de werkers geen poot om op te staan. De fabrieken betalen geen sociale premies, dus als het mis gaat hebben arbeiders geen ziektekostenverzekering, arbeidsongevallenverzekering of zwangerschapsverzekering. Daarnaast wordt de regelgeving van minimumloon genegeerd. Hoewel de ondergoeddorpen in China veel mensen werk geeft, kunnen zij hier niet normaal van leven.

Extra zwaar is het voor de vele arbeidsmigranten werkzaam in China, zij hebben nergens recht op en ondervinden op geen enkele manier voordeel van sociale voorzieningen.