Vier jaar na Rana Plaza - Een stand van zaken

Laatste wijziging: 21-04-2017 13:07
Vier jaar geleden, op 24 april 2013, stortte het Rana Plaza gebouw in Bangladesh in; de meest dodelijke ramp in de kledingindustrie. De arbeiders betaalden uiteindelijk de prijs voor de winsten van kledingbedrijven, in een industrie die alles op alles zet om kosten te besparen. Nu, vier jaar later herdenken wij de slachtoffers en nabestaanden van deze ramp.
Vier jaar na Rana Plaza - Een stand van zaken

Op zoek naar familie - Pieter van de Boogert

 

We grijpen dit moment ook aan om kledingmerken, overheden en werkgevers op te roepen om de verbeteringen die zijn gekomen na Rana Plaza te beschermen, en om verder te gaan. Het is hoog tijd om de onderliggende oorzaken van de ramp aan te pakken, zoals de onderdrukking van arbeidsrechten en het gebrek aan transparantie.

Het Rana Plaza complex stortte in, terwijl er duizenden mensen aan het werk waren. 1,138 kledingarbeiders kwamen om het leven, meer dan 2000 personen raakten gewond. En al is de Rana Plaza instorting dan misschien de grootste ramp in de kledingindustrie, ze is zeker niet de enige.

Door alle betrokkenen werd deze ramp gezien als een wake-up call. Overheden, werkgevers, bedrijven en maatschappelijke organisaties beloofden allemaal fundamentele verandering. Er zijn nieuwe, innovatieve programma’s ontworpen om slachtoffers te compenseren en nieuwe tragedies te voorkomen. Dit heeft gezorgd voor vooruitgang, die de komende tijd moet worden verdedigd en verder ontwikkeld. Er moet voor worden gewaakt dat deze overwinningen niet met de tijd verloren gaan of zelf worden teruggedraaid. De systematische problemen van moordende concurrentie, lage lonen, zwakke arbeidswetten en juridische straffeloosheid zijn namelijk nog niet opgelost.

Hieronder belichten we vier belangrijke thema’s in de huidige Bengaalse situatie - zowel de vooruitgang als de gevaren die goede arbeidsomstandigheden bedreigen.

Ambitieuze initiatieven

Vrij direct na de Rana Plaza ramp ontstonden er twee baanbrekende initiatieven: het Bangladesh veiligheidsakkoord en het Rana Plaza Arrangement, een compensatieregeling voor slachtoffers en nabestaanden van de ramp. Beide initiatieven kwamen voort uit samenwerkingsverbanden tussen internationale en lokale vakbonden, grote kledingmerken en maatschappelijke organisaties. Alle partijen waren zowel direct betrokken bij het opstellen als de uitvoering van de overeenkomsten. Deze afspraken met bedrijven en vakbonden hebben bewezen dat ze effectief zijn bij het bereiken van hun doelstellingen op een transparante en meetbare manier - iets wat bedrijfsinitiatieven in twintig jaar niet wisten te bereiken.

Echter, het tot stand komen van de initiatieven geeft nog geen garanties voor de toekomst. Medische hulp voor overlevenden en compensatie voor nabestaanden van desastreuze fabrieksrampen, zijn nog niet de standaard. En ook de grote stappen die zijn gezet op het gebied van veiligheid in Bengaalse fabrieken hebben het risico om te vervagen met de tijd, of zelfs te worden teruggedraaid. Wil je hier meer over weten? Klik hier.

Groot gebrek aan transparantie

De Rana Plaza ramp heeft ook het belang van transparantie - of beter gezegd, het gebrek daaraan - weer eens pijnlijk duidelijk gemaakt. Kledingmerken geven vrijwel nooit informatie vrij over waar hun producten gemaakt worden. Inspanningen van arbeiders, activisten en consumenten om merken verantwoordelijk te houden voor de omstandigheden in hun productieketen worden hierdoor constant gehinderd. Grote claims van bedrijven over de goede arbeidsomstandigheden kunnen op deze manier niet worden gecontroleerd. Na de instorting van Rana Plaza moesten afnemers van de fabrieken worden geïdentificeerd door in het puin op zoek te gaan naar kledinglabels.

Er zijn steeds meer merken die tot op zekere hoogte informatie verschaffen over hun productielocaties. Helaas zijn deze merken tot op de dag van vandaag nog steeds in de minderheid. Het rapport Follow the Thread: The Need for Supply Chain Transparency in the Garment and Footwear Industry gaat hier uitgebreid op in.

Beperkte vakbondsvrijheid en een schraal minimumloon

De arbeiders van Rana Plaza hadden geen vakbond die hun representeerde. Als dat wel zo was geweest hadden ze kunnen weigeren het gebouw te betreden na het ontstaan van grote scheuren in de muren. Het gebrek aan een vakbond is niet ongewoon in de Bengaalse kledingindustrie; slechts 1% van de arbeidsters is aangesloten. Arbeidsters die proberen zich aan te sluiten bij een vakbond worden vaak bedreigd en soms zelfs ontslagen, gearresteerd, mishandeld of ontvangen zelfs doodsbedreigingen.

Dat deze situatie - ondanks grote internationale aandacht voor de kledingindustrie in Bangladesh - onveranderd is, blijkt uit de reactie op een demonstratie voor beter loon in Dhaka eind 2016. Tussen de twee- en drieduizend arbeiders werden ontslagen en vakbondsleiders gearresteerd. Begin 2017 zijn de vakbondsleiders vrijgelaten, mede door druk van grote kledingmerken. Echter, de aanklachten tegen hen heeft de overheid nog niet laten vallen, de arbeiders hebben hun baan nog niet terug gekregen en het loon is onveranderd. Meer informatie over de protesten in Dhaka vind je hier.

Europese commissie

Sinds 2001 valt Bangladesh onder een speciale regeling, waardoor zij gunstige handelsvoorwaarden heeft op de Europese markt. In 2013 tekende de Bengaalse overheid het EU Sustainability Compact en stemde daarmee in met een wetsherziening en het respecteren van fundamentele arbeidsrechten - waaronder vakbondsvrijheid. Echter, tot op heden is de vakbondswet niet in lijn met internationale standaarden en de recente gebeurtenissen tonen aan dat vakbondsrechten nog steeds systematisch geschonden worden.

Schone Kleren Campagne dringt er bij de Europese Commissie op aan dat ze de Bengaalse overheid duidelijk moeten maken dat de rechten van arbeiders gerespecteerd dienen te worden. De commissie is nog geen onderzoek gestart naar de schending van de handelsvoorwaarden, maar heeft inmiddels wel een waarschuwing afgegeven dat wanneer de Bengaalse overheid zich niet aan de afspraken houdt er verder actie wordt ondernomen. Meer hierover lees je hier.

In een briefing paper beschrijft Schone Kleren Campagne de ontwikkelingen sinds de repressie tegen vakbonden en arbeiders in Bangladesh in december 2016 en licht toe waarom zij bij de Europese Commissie aandringt op een onderzoek naar de mate waarin de Bengaalse overheid de Generalised Scheme of Preferences Everything But Arms (GSP EBA) voorwaarden schendt.