Internationale kledingmerken trekken zich terug van jaarlijkse kledingtop Bangladesh

gepubliceerd 22-02-2017 13:00, Laatste wijziging: 23-02-2017 09:26
In reactie op de repressie tegen vakbonden en arbeiders in Bangladesh heeft een aantal internationale kledingmerken zich teruggetrokken van deelname aan de jaarlijkse kledingtop die door de Bengaalse werkgeversorganisatie wordt georganiseerd.

 H&M, Inditex (Zara), C&A, Next en Tchibo trekken zich terug als sprekers en deelnemers van de Dhaka Apparel Summit die de Bengaalse werkgeversorganisatie BGMEA op 25 februari organiseert. De beslissing van de bedrijven is een antwoord op de repressie tegen vakbonden door de Bengaalse overheid en werkgevers in de laatste twee maanden. Kledingmerken kopen voor miljarden euro's in in Bangladesh.

Tijdens de kledingtop is de premier de belangrijkste spreker. Het Ethical Trading Initiative die talrijke kledingbedrijven vertegenwoordigt, heeft zich ook teruggetrokken, als ook de enige spreker namens een vakbond.

Internationaal toenemende zorg over verslechterende arbeidsrechtensituatie Bangladesh

De beslissing van de kledingmerken en anderen om zich terug te trekken van dit evenement heeft de Bengaalse overheid en de BGMEA behoorlijk in verlegenheid gebracht. Het toont aan dat er internationaal sprake is van toenemende zorg over de verslechterende arbeidsrechtensituatie in de kledingindustrie in Bangladesh.

In reactie op een vreedzaam arbeidersprotest voor een hoger loon in Ashulia, een buitenwijk van hoofdstad Dhaka, in december, werden tenminste vierendertig vakbondsleiders, -organisers en arbeiders gearresteerd en gevangen gezet. Vijftienhonderd arbeiders werden ontslagen. De politie sloot verschillende vakbondskantoren. Op dit moment zijn de meeste gevangen vakbondsleiders op borgtocht vrijgelaten. De aanklachten tegen hen zijn echter niet teruggetrokken en zij moeten rekening houden met strafrechtelijke vervolging waar lange straffen op staan en daarnaast moeten ze zich regelmatig melden bij de rechtbank, in sommige gevallen negen keer per maand.

Een van de gearresteerde vakbondsleiders Md Ibrahim zegt: “De industrie en overheid doen eensgezinde pogingen om vakbonden en arbeiders die zich willen organiseren tegen te werken… dit heeft een angstaanjagend effect op een ieder die wil opkomen voor arbeidsrechten.”

De repressie is internationaal veroordeeld. Human Rights Watch oordeelde dat de arrestaties wijzen op een politiek gemotiveerd misbruik van macht van de politie om het werk van vakbondsleiders en organisers neer te slaan. In een artikel van de New York Times worden de overheidsacties benoemd als een poging om arbeiders te intimideren en om Bangladesh een lagelonenland te houden.

Tara Scally van Schone Kleren Campagne zegt: “Het is duidelijk dat onze campagnes #EveryDayCounts #WagesNotJail een impact hebben. Door de BGMEA top te boycotten geven kledingmerken een duidelijke boodschap af aan de BGMEA en de Bengaalse overheid: zolang nog niet alle gevangen genomen personen zijn vrijgelaten, de ongefundeerde aanklachten zijn teruggetrokken, en intimidatie tegen en onderdrukking van vakbonden is opgehouden, kunnen we niet op een geloofwaardige manier deelnemen aan een top die gaat over duurzaamheid in de kledingindustrie.”