Scandinavische kledingmerken onder vuur vanwege Syrische vluchtelingen in keten

gepubliceerd 19-01-2017 10:50, Laatste wijziging: 19-01-2017 10:55
Duizenden Syrische vluchtelingen maken lange werkdagen in Turkse kledingfabrieken onder ongezonde arbeidsomstandigheden zonder minimumloon. Scandinavische merken, H&M, KappAhl, Lindex, Gina Tricot and Varner (BikBok, Cubus, Carlings), doen te weinig om uitbuiting van deze mensen tegen te gaan.
Scandinavische kledingmerken onder vuur vanwege Syrische vluchtelingen in keten

Syrische migrantenarbeider

Dit blijkt uit een rapport van Fair Action en Framtiden. Turkije is een belangrijk productieland voor veel internationale kledingmerken. Na China en Bangladesh is Turkije is 's werelds grootste kledingexporterend land. Hoewel Syriers nu legaal aangenomen kunnen worden in Turkije, hebben slechts ongeveer 7000 van de geschatte 250.000 tot 400.000 Syriers die in het land werken een werkvergunning. De overgrote meerderheid van de Syriers blijft ongedocumenteerd: geen arbeidscontract en geen sociale zekerheid. Vanwege hun onzekere status zullen deze mensen ook niet snel een klacht indienen bij hun werkgevers of de autoriteiten over lage lonen en de buitensporige werkuren. Want als ze dat doen is het risico dat ze onmiddelijk worden ontslagen en zo hun enige inkomstenbron verliezen een groot risico.

"Syrische arbeiders verdienen doorgaans onder het minimumloon en hebben geen sociale zekerheid. Ze hebben te accepteren wat hen wordt aangeboden en worden ook makkelijk ontslagen", zegt Engin Celik van de Turkse vakbond Deriteks

Op KappAhl na, rapporteerden de Scandinavische kledingmerken dat ze maar een handvol Syrische vluchtelingen hebben kunnen vinden bij hun Turkse toeleveranciers. Er gaapt een enorm gat tussen de informatie die de merken hebben over hun eigen productieketens en de informatie in o.a. dit rapport waaruit blijkt dat gevluchte Syriers in grote getale in de Turkse kledingsector zijn terechtgekomen. De controles van de merken zelf lijken geen accurate schatting te kunnen maken van het aantal Syrische vluchtelingen dat bij hun toeleveranciers werkt. Veel Syriers werken lager in de keten bij onderaannemers. In veel gevallen worden de merken niet geïnformeerd door hun toeleveranciers over deze uitbesteding.

"Dit rapport toont aan dat kledingmerken geen zicht hebben op wat zich afspeelt in hun keten. Kledingbedrijven zullen hun keten in kaart moeten brengen en moeten nagaan in welke delen problemen voorkomen. Merken moeten de urgentie van dit probleem inzien en dieper hun keten induiken om zo te voorkomen dat Syrische vluchtelingen worden uitgebuit" zegt Tara Scally, woordvoerder van Schone Kleren Campagne.

De reactie van de merken om het risico van uitbuiting van Syrische vluchtelingen aan te pakken kan worden verdeeld in drie groepen:

  1. H&M en Varner hebben enkele stappen in de goede richting gezet
  2. Lindex heeft een begin gemaakt met het probleem aan te pakken
  3. Gina Tricot en KappAhl hebben niets gedaan om de risico's aan te pakken en te voorkomen. Vooral wat betreft Gina Tricot, die voor 40 tot 45% inkoopt in Turkije, is het ongeloofelijk dat ze hier geen prioriteit aan geven.

 

"Gina Tricot en KappAhl zullen onmiddellijk met hun Turkse toeleveranciers, andere merken en vakbonden afspraken moeten maken om Syrische vluchtelingen te beschermen" zegt Carin Leffner van Framtiden (Schone Kleren Campagne Scandinavië).

 

Het Engelstalige rapport is hier te vinden.

 

Turkse kledingfabriek waar Syrische vluchtelingen werken

Foto: Een Turkse kledingfabriek - Framtiden.no