Made in Bangladesh

gepubliceerd 13-02-2014 13:30, Laatste wijziging: 25-02-2016 11:11
Bangladesh is na China de grootste exporteur van kleding in de wereld. De Bengaalse kledingindustrie vormt de ruggengraat van het ontwikkelingsland. Bangladesh heeft de laagste arbeidskosten in de regio waardoor het voordelig is voor kledingmerken om met het land zaken te doen. Hierdoor heeft de kledingindustrie de laatste decennia een spectaculaire groei doorgemaakt.
Made in Bangladesh

Kledingarbeidsters buiten de fabriek

De Volksrepubliek Bangladesh is een land in Zuid-Azië. Bangladesh wordt grotendeels omsloten door India, en grenst in het zuidoosten aan Myanmar (Burma). Het laag liggende land is een grote delta van rivieren waardoor er veel overstromingen voorkomen. Tot 1946 was Bangladesh onderdeel van het Brits-Indische rijk. In 1946 werd dit rijk opgedeeld in Pakistan en India, waarbij Bangladesh bestuurlijk samenviel met Pakistan, 1500 kilometer verderop. In 1971 werd Bangladesh na bloedige gevechten met Pakistan onafhankelijk. Sinds die tijd kent het land een onrustige politieke situatie met gewelddadige verkiezingen, noodtoestanden en parlementaire boycots. Bangladesh behoort nog steeds tot de armste landen ter wereld.

Feiten Bangladesh


Bangladesh ligt op 7.650 kilometer van Nederland
Bevolkingsaantal (2013): 163,6
miljoen inwoners
Oppervlakte: 147.570 km2 (4x zo groot als Nederland)
Hoofdstad: Dhaka
Arbeidsplaatsen kledingindustrie: 4 miljoen
Percentage kleding in totale export (2012): 76%
Exportwaarde kleding (2013): €14,2 miljard

Percentage kledingproductie wereldmarkt (2011): 6,5%
Minimumloon (2013): € 50,32 (5300 taka) per maand
Leefbaar loon (2013): € 259,80 (25,687 taka) (berekening Asia Floor Wage) per maand

Kledingindustrie

Bangladesh is na China de grootste exporteur van kleding in de wereld. De Bengaalse kledingindustrie vormt de ruggengraat van het ontwikkelingsland. Bangladesh heeft de laagste arbeidskosten in de regio waardoor het voordelig is voor kledingmerken om met het land zaken te doen. Hierdoor heeft de kledingindustrie de laatste decennia een spectaculaire groei doorgemaakt.

De meeste kledingfabrieken bevinden zich in en rond de hoofdstad Dhaka, in regio's als Mirpur, Savar en Gazipur. Buiten de hoofdstad vindt er productie plaats in Chittagong en Khulna. De Bengaalse overheid heeft ervoor gekozen om de productie in eigen hand te houden, hierdoor is minder dan 15% van de fabrieken eigendom van buitenlandse investeerders. De fabrieken in buitenlandse handen zijn over het algemeen genomen wel groter en kapitaalintensiever dan de fabrieken in Bengaals eigendom. De grootste exporteur is een bedrijf in Zuid-Koreaanse handen die 17 fabrieken met meer dan 60.000 werknemers in Dhaka en Chittagong heeft.

H&M is het merk dat het meest inkoopt in Bangladesh. In 2012 liet het bedrijf ter waarde van 1,1 miljard euro kleding maken in het land.

Lonen en werktijden

Voor veel vrouwen in Bangladesh is het werken in de kledingindustrie geen keuze maar noodzakelijk. Veel jonge vrouwen kunnen hun school niet afmaken omdat de financiële situatie van hun familie hen dwingt te stoppen met school en werk te zoeken in een van de duizenden kledingfabrieken. Door de lage lonen zien de vrouwen zich al snel gedwongen lange dagen te maken om genoeg geld te verdienen voor zichzelf en haar familie. Ze kunnen geen vrij nemen, zelfs niet als ze ziek zijn. Het is niet ongebruikelijk dat arbeidsters per maand 100 uur overwerken.

In november 2013 kondigde de Bengaalse overheid aan het minimumloon te verhogen van 3,000 taka (€28.48) naar 5300 taka (€50.32). Hoewel dat een verhoging is van 77% is het nog steeds maar 21% van wat door de Asia Floor Wage als een leefbaar loon is berekend.

Een arbeider: “We kopen rotte vis, we gaan naar geïmproviseerde marktjes in het holst van de nacht, we kopen afgekeurde groente. ’s Ochtends eten we oudbakken rijst als ontbijt.”

Vakbondsvrijheid

Vrijheid van vereniging en collectief onderhandelen, de rechten waardoor je een vakbond kunt oprichten, zijn twee fundamentele mensenrechten. Deze twee specifieke grondrechten worden gezien als 'enabling rights'. Dit betekent dat als deze rechten worden gerespecteerd arbeiders deze kunnen gebruiken om er zelf voor te zorgen dat andere mensenrechten ook worden geregeld en nagevolgd: bijvoorbeeld een leefbaar loon en beperken van overwerk.

Het is in Bangladesh extreem moeilijk om een vakbond op te richten en te registreren. In de 5700 kledingfabrieken in het land hebben er slechts 149 een geregistreerde vakbond, waarvan het merendeel jaren geleden al zijn opgezet.

Volgens de internationale vakbond industriALL zijn in de regio Dhaka van de 26 vakbonden die genoeg leden hebben om zich officieel te laten registreren er maar 1 die werd geaccepteerd aan de onderhandelingstafel. Honderden vakbondsleiders die hun registratie bij hun fabriek aanboden werden ontslagen.

Fabriekseigenaars hebben een vijandige houding ten opzichte van vakbonden. In plaats van de vakbonden te zien als een nuttig mechanisme om te onderhandelen en zo hun werknemers tevreden en productief te houden, gebruiken ze vaak verschillende manieren om vakbonden tegen te werken: intimidatie, geweld, discriminatie, ontslag en het plaatsen van arbeiders op een zwarte lijst.

In de woonruimte van een kledingarbeidster in Bangladesh

Onveilige fabrieken

De kledingindustrie in Bangladesh is berucht door de onveilige fabrieken. De afgelopen jaren werden veel fabrieken door branden getroffen en een aantal gebouwen zijn ingestort. In april 2013 vond de grootste industriële ramp in de kledingindustrie plaats: het Rana Plaza-gebouw stortte in, waardoor 1131 kledingarbeiders werden gedood en duizenden gewond raakten. De dag voor de instorting verschenen er grote scheuren in de muren en beval de inspectiedienst om het gebouw te sluiten. De winkels en banken in het gebouw bleven de volgende dag gesloten, maar de kledingarbeiders die in vijf fabrieken in het complex werkten werden gedwongen aan de slag te gaan. Niet lang daarna stortte het gebouw met veel geraas in.

De kledingarbeiders werden door het fabrieksmanagement bevolen weer aan het werk te gaan op straffe van inhouden van het loon. Ondanks hun angst en het advies van de politie om het gebouw niet te betreden gingen ze toch aan het werk uit angst hun loon te verliezen en uiteindelijk hun baan. De lonen in Bangladesh zijn zo laag dat zelfs een dagloon missen een te groot risico is. Hierdoor riskeren kledingarbeiders hun leven voor niet eens 2 euro per dag.

In reactie op deze vreselijke ramp tekenden meer dan honderd merken het Bangladesh Veiligheidsakkoord, een baanbrekend initiatief voor veilige fabrieken.