Tania Akter (23)

gepubliceerd 06-03-2014 16:40, Laatste wijziging: 21-08-2014 13:35
Dhaka, Bangladesh - “Ik doe alles wat met jasjes te maken heeft” vertelt Tania, de jongste van 7: 5 zussen en 1 broer. “De kraag, de linkerzak de rechterzak. Ik sta zo weken de linkerzak te doen en dan weken de rechterzak”. Ze doet als naaister in een kledingfabriek in Dhaka verschillende dingen: “Ik zet met een machine knopen in kleding en naai ritsen”. Maar ik kan niet kiezen wat ik het leukste – of minst erg – vind”.
Tania Akter (23)

© Marieke van der Velden / Hollandse Hoogte (i.o.v. Schone Kleren Campagne) 2013-2014

Een bestaan als knopenzetter

“Als ik geen kledingarbeider zou zijn dan zou ik kleermaker worden in een kleine kleermakerswinkel”, vertelt Tania. “Ik weet het, het lijkt heel erg op het werk dat ik nu doe, maar wat kan ik anders? Het is het enige waar ik goed in ben. Ik was altijd erg goed op school, maar op een gegeven moment was het geld op en moest ik gaan werken. Anders had ik wel bij de overheid willen werken als functionaris.” Tania heeft eigenlijk ook al de baan die ze anders zou hebben: “Als ik vrij ben dan doe ik extra naaiwerk voor een kleine winkel. Hierdoor verdien ik een extraatje. Maar ik ben niet vaak vrij, en als ik vrij ben dan ben ik moe als ik thuis kom en wil ik alleen maar uitrusten en een beetje tijd doorbrengen met mijn familie”.

Tania is lid van een vakbond, en is binnen de fabriek aanspreekpunt voor 850 vakbondsleden. “We zijn nu bezig om een goed team bij elkaar te krijgen, zodat we genoeg getrainde mensen in de fabriek hebben die weten wat ze moeten doen in geval van brand en om een brand te voorkomen. Ook wil ik dat er niemand meer kan worden ontslagen zonder opgaaf van reden. Ik vind het prettig om met zoveel vrouwen samen te werken, want we hebben niemand anders meer nodig. Ik heb geen man, ik doe dit voor mezelf en mijn ouders en broers en zussen”.

Op de vraag wat ze ons in Nederland mee zou willen geven is ze stellig: “Ik zou graag tegen de mensen in Europa zeggen: Ik ben hier, ik besta en ik zou jullie willen vertellen over mijn dagelijkse leven in de fabriek en alles daar omheen. Hoe meer mensen weten hoe het er hier aan toe gaat, hoe meer mensen ons kunnen steunen. En dat hebben we nodig. Samen worden we serieus genomen!”