Rana Plaza Arrangement en Bangladesh Veiligheidsakkoord

gepubliceerd 21-04-2017 09:00, Laatste wijziging: 20-04-2017 12:46
Beide initiatieven zijn samenwerkingsverbanden tussen internationale en lokale vakbonden, kledingmerken en maatschappelijke organisaties.

Compensatie voor Rana Plaza slachtoffers en nabestaanden

Het Rana Plaza Arrangement heeft zorg gedragen voor de compensatie van de slachtoffers en financiële steun voor nabestaanden. De 30 miljoen die nodig was is na ruim twee jaar, in het najaar van 2015, betaald door bedrijven (al was het met de nodige druk van buitenaf).

Deze regeling heeft als voorbeeldfunctie gewerkt bij andere rampen. De procedure is gerepliceerd bij de brand in de Bengaalse Tazreen Fashions fabriek en de Ali Entripises fabriek in Pakistan. Echter, rampen die de krantenkoppen niet haalden, is deze eer niet ten deel gevallen. De families bijvoorbeeld van zeven werknemers die de dood vonden in de brand in de Aswad fabriek - slechts een half jaar na Rana Plaza - hebben nooit iets van een compensatie ontvangen. Dit voorbeeld laat zien dat goede compensatie mogelijk is, maar dat er nu nog druk nodig is om deze ook tot uitvoer te laten brengen; het is nog niet geïnstitutionaliseerd.

Bangladesh Veiligheidsakkoord

Het Bangladesh veiligheidsakkoord is een juridisch bindend 5-jarenplan waarin getekende bedrijven werken aan een verbetering van de veiligheid in de fabrieken waar zij hun producten laten maken. Het initiatief werd al een maand na de instorting van Rana Plaza in werking gesteld. Na enorme internationale druk hadden in zes maanden 200 bedrijven het Akkoord ondertekend.

Sindsdien heeft het Akkoord veel werk verzet met betrekking tot het inspecteren van fabrieken en het eisen van verbeteringen. In elke fabriek die er werd onderzocht werden serieuze veiligheidsrisico’s ontdekt, welke eerder onbekend waren bij inkopers en/of de werknemers. Voor een industrie die gewend is aan een “controle en negeer aanpak” wanneer het gaat over arbeidsrechten was het invoeren van een cultuuromslag naar een “inspectie en remedie aanpak” een hele uitdaging. Het Akkoord echter heeft laten zien dat het verder gaan dan controleren en tot remedies komen mogelijk is, als er voldoende politieke wil (en macht) achter zit.

Het Akkoord heeft baanbrekend werk verzet voor het instellen van klachtenprocedures - gebaseerd op het oplossen van problemen in plaats van ze slechts bij te houden of te analyseren. Arbeiders hebben niet alleen hun zorgen kunnen uiten, maar ook kunnen zien hoe deze zorgen serieus werden genomen en werden opgepakt. Nu, na enige vertraging, worden arbeiders ook getraind, samen met hun supervisors, om misstanden in de fabrieken te herkennen en hier wat aan te doen.

Het plan om de kledingindustrie in Bangladesh veilig te maken in slechts vijf jaar tijd was altijd al ambitieus. Het is dan ook geen verrassing dat het werk van het Akkoord nog lang niet af is: met slechts een jaar te gaan hebben slechts vijftig fabrieken de nodige renovaties voltooid. De getekende merken - die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het voltooien van de renovaties - liggen ver achter op schema; bij de meeste fabrieken zijn essentiële reparaties nog niet uitgevoerd. Zelfs als, zoals nu wordt gehoopt, die renovaties klaar zijn in 2018 zou het nog te makkelijk zijn om te denken dat hiermee de kous af is. Inspecteurs vinden namelijk nog regelmatig nieuwe misstanden. En zodra de waakzaamheid, transparantie en handhaving die nu door het Akkoord geboden worden zullen wegvallen na volgend jaar, dan zullen de standaarden waarschijnlijk weer snel afglijden.

Het Akkoord, is gegroeid tot een werkend programma waarin alle betrokken belangrijke lessen hebben geleerd over wat werkt, en wat niet. Maar nu het drama van Rana Plaza in de geschiedenis dreigt te verdwijnen wordt het wel heel makkelijk voor merken, werkgevers en overheden om het programma te vieren als een overwinning - en weer door te gaan als business as usual. Wat is bereikt in de afgelopen vier jaren heeft de potentie om een momentopname te worden en niet een continue verandering. Het Akkoord moet daarom worden verlengd en verder uitgebouwd om de veiligheid in de Bengaalse fabrieken.